Meer over rekenproblemen | Lerespel

Meer over rekenproblemen

Rekenproblemen kunnen ontstaan op elke leeftijd en elke fase van de (basis)schoolcarrière. Vaak ligt het begin van het rekenprobleem eerder dan je in eerste instantie denkt.

Wanneer kinderen bij mij komen voor bijles in rekenen, dan is de basis van het probleem hetgeen wat ik onderzoek. Voor zwakke rekenaars zijn de opdrachten in de rekenmethode vaak veel te onoverzichtelijk. In mijn optiek moet de vraag bij elke uitleg niet zijn: ‘Wat kan dit kind?’ Maar: ‘Hoe moet ik dit kind leren rekenen?’

Voor zwakke rekenaars is het belangrijk dat je de sommen zo kaal mogelijk aanbiedt. Dit geldt zelfs bij kinderen die graag informatie via plaatjes en beeldmateriaal of handelend aangeboden willen krijgen.

Het belangrijkste is dat kinderen eerst leren hoe ze sommen tot 100 vlot en goed kunnen maken. Het gaat hierbij om optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Pas wanneer ze dit beheersen kun je door naar het volgende lesniveau. Kinderen beheersen de som volledig wanneer ze de som niet alleen snel en goed kunnen maken, maar ook in tabelvorm of verhaalvorm snappen en kunnen oplossen.

Let op: Eerst Kaal! Dan verhaal!

Een andere groep kinderen heeft op zich geen moeite met rekenen, maar wel met de Cito-toets rekenen. Ze zijn niet in staat om de som in het plaatje te vinden. Soms moeten er in een opgave meerdere rekenhandelingen verricht worden. Dit is voor zwakke rekenaars erg lastig, zeker als er Cito-spanning bij komt kijken.

Lukt een verhalende som in een (Cito-)toets niet, ga dan terug naar de kale som en oefen deze. Pas als kinderen dat beheersen, kun je ze leren complexere sommen te maken of sommen in verhaaltjes te gieten.

Cito:

Stappen om te verbeteren:

  1. De som kaal aanbieden.
  2. De som zelfstandig laten maken.
  3. De som vlot en goed oplossen.
  4. Als dat beheerst wordt, kun je de som complexer maken.

Rekenproblemen die kinderen hebben, zijn te herleiden naar de groep waarin ze ontstaan:

Problemen die eind groep 2 ontstaan:
  1. Synchroon tellen: Tellen en aanwijzen van voorwerpen gaat ongelijk.
  2. Vooruit en achteruit tellen tot 20.
  3. Hoeveelheden zien tot 5.
  4. Belangrijke begrippen, zoals hoog, laag, midden, voor en achter, beheerst het kind nog niet.
Problemen die in groep 3 ontstaan:
  1. Synchroon tellen: Tellen en aanwijzen van voorwerpen gaat ongelijk.
  2. Vooruit en achteruit tellen tot 20.
  3. Hoeveelheden zien tot 5.
  4. Belangrijke begrippen, zoals hoog, laag, midden, voor en achter, beheerst het kind nog niet.
Problemen die in groep 4 en hoger ontstaan.

Wanneer kinderen in groep 4 komen hebben ze bijna allemaal moeite met het automatiseren van optellen en aftrekken tot 20, over het tiental. Zoals 8+7 of 12-4. Verder is het belangrijk dat kinderen leren met de klok om te gaan. Kinderen leren weliswaar de uren en de halve uren. Tijd zegt ze echter vaak weinig.

Problemen die pas ontstaan in hogere groepen.

Belangrijk: Wanneer een kind zonder problemen groep 1 tot en met 5 doorlopen heeft, zullen de problemen in hogere groepen meestal snel zijn op te lossen. Het gaat hier om de volgende onderdelen:

  1. Tijd: De analoge klok.
  2. Geld.
  3. Meten: met name het metriek stelsel.
  4. Breuken en procenten.
Top 5 van moeilijke sommen: (aflopend in moeilijkheidsgraad):
  1. Verhaaltjes en plaatjessommen waarbij verschillende rekenhandelingen moeten worden verricht.
  2. Verhaaltjes en plaatjes sommen die gaan over verdelen.
  3. Verhaaltjes en plaatjessommen die gaan over vermenigvuldigen.
  4. Sommen die gaan over tijd.
  5. Verhaaltjes sommen die gaan over optellen en aftrekken.
Heeft jouw kind rekenproblemen en wil je meer weten over de oorzaak en wat je eraan kunt doen?
Maak dan gebruik van mijn vrijblijvende kennismakingsaanbod!
Kennismakingsaanbod